Veteranendag 2013

 

Veteraan Van Ommeren uit Eibergen: ‘Je had niets te willen als militair, je werd gestuurd’

EIBERGEN - Berkelland vierde donderdag Veteranendag op het Kamp Holterhoek. Maar wie zijn die veteranen eigenlijk? Arie van Ommeren (76) uit Eibergen is één van de 260 Berkellanders, die als militair werd uitgezonden naar een oorlogsgebied. Hij zat achttien maanden in Nieuw-Guinea.

Jelle Boesveld 22-06-19, 13:30 

Leunend op z’n schoffel in de tuin checkt hij even zijn smartphone. Arie van Ommeren oogt jong en vitaal. Hij is bruingebrand door de zon, slank en heeft een atletisch figuur. Ongeloof als hij zijn leeftijd vertelt. „Ik ben 76.” Het geheim? „Gezond eten, veel sporten en een jonge vrouw”, zegt de veteraan en lacht.

Meer dan zestig jaar geleden, hij was toen net 16, meldde Arie zich aan bij de Koninklijke Marine. Waarom? „Ik groeide op in Dodewaard en had geen zin om daar de rest van m’n leven op kantoor te werken. Ik wilde iets van de wereld zien. Ik wilde varen, maar mijn ouders vonden dat geen goed idee. Na de lts koos ik in 1959 voor een technische opleiding bij de Marine Luchtvaartdienst.”

„Na een driedaagse keuring in Voorschoten werd ik aangenomen. Ik kreeg eerst een algemene militaire opleiding in Hilversum en daarna een vakopleiding op Vliegkamp De Kooy bij Den Helder. Ik werd ‘vliegtuigmaker algemeen eerste klasse’ en werd bij Squadron 320 op de vliegbasis Valkenburg bij Katwijk aan Zee gestationeerd. Daar vlogen ze met de Neptune P2V-7.” 

De Neptunes waren volgens Arie de beste vliegtuigen om ingezet te worden in Nieuw-Guinea, waar Nederland in conflict was met Indonesië. „Omdat wij opgeleid waren om de Neptunes te onderhouden werden wij samen met enkele dienstplichtigen bij Squadron 321 gestationeerd op Biak in Nieuw-Guinea. Of ik dat wilde? Je had niets te willen als militair. Je werd gewoon gestuurd voor achttien maanden.”

Bloedheet

Na een korte tropen- en gevechtsopleiding en de benodigde inentingen op de marinekazerne Tokum in Amsterdam vloog Arie met een DC8 van de KLM naar het vliegveld Mokmer. „De eerste indruk? Het was er bloedheet: 35 tot 40 graden. De Neptunes waren nog niet gearriveerd, zodat ik eerst een paar maanden aan Dakotas sleutelde. Het eerste jaar was nog vrij rustig. We speelden nog voetbal tegen de plaatselijke bevolking, die op blote voeten speelde. En we gaven concerten met de militaire kapel. Daar speelde ik trompet.”

Daarna namen de parachutedroppings van Indonesische paramilitairen toe. „‘Ploppers’ die in de bush gedropt werden of in de nacht met landingsvoertuigen vanaf de zee aan land gebracht werden. Mariniers en de landmacht gingen met Papoea-gidsen de bush in om de Indonesiërs op te sporen en gevangen te nemen. Met ondersteuning van onze Neptune-vliegtuigen voor voedseldroppings en vuurondersteuning. Ja, ik ben wel eens meegevlogen als technicus. Maar toen het spannend werd namen ze liever ervaren militairen mee die in Indonesië hadden gevochten. Dat was ook logisch.”

Dreiging

Na verloop van tijd werd het minder leuk voor de Nederlandse militairen. De dreiging nam toe. „Fietsen naar het vliegveld was er niet meer bij, omdat de kampongbewoners pro-Indonesië waren. Er waren ook meer activiteiten van Indonesië vanuit de zee en de lucht. Zo vlogen er Indonesische Hercules-vliegtuigen boven onze basis in Biak. Groot alarm! We lagen in de greppel, omdat de vrees bestond voor bombardementen. We kregen geen toestemming de lucht in te gaan. Kort daarna kwam het staakt-het-vuren. Op die dag zijn er toch nog enkele mariniers omgekomen in de bush, omdat beide partijen niet op de hoogte waren van het besluit.”

Voor Arie was de oorlog over. „Na overdracht aan de VN-troepen zijn wij als 321 Squadron eind oktober 1962 weer vertrokken naar Nederland. Via Karachi en Bangkok vlogen we naar Schiphol. Daar werden we met onze plunjezakken en koffers met een bestelbusje thuis afgeleverd. Ik belde ’s nachts om drie uur aan. Mijn vader deed stomverbaasd open. Hij wist van niets. Ze waren natuurlijk wel blij dat ik heelhuids weer thuis was gekomen.”

Arie had tijdens zijn achttien maanden in Nieuw-Guinea geen dag vakantie gehad. Na drie weken verlof thuis moest hij weer aan het werk. „We moesten veertien dagen paraat staan in verband met de Cubacrisis. Zo ging dat als militair. Altijd op pad, veel van huis. Zo was ik bij oefeningen in Engeland, Italië en Noorwegen. In 1967 vond ik het genoeg geweest. Ik was inmiddels vader geworden en wilde niet altijd meer weg zijn. Ik heb toen de Marine Luchtvaartdienst verlaten en gekozen voor een carrière in de burgermaatschappij.”

Het is goed dat er nu eindelijk erkenning is voor veteranen

Arie van Ommeren

Hoe hij terugkijkt op zijn uitzending naar een oorlogsgebied? „Het was een mooie levenservaring. Ik heb veel geleerd waar ik later profijt van had in de burgermaatschappij: veel mensenkennis, leidinggeven, doorzetten, relativeren en zelfstandig opereren. Na acht jaar als militair vond ik het best moeilijk weer te wennen in de burgermaatschappij. Ik miste de kameraadschap.”

Als bedrijfswerktuigbouwkundige ging hij aan de slag bij een inrichting in Ottersum in Limburg. Na acht jaar verhuisde hij naar de Achterhoek, waar hij hoofd technische dienst werd bij de Rekkense Inrichtingen. Daarna besloot hij het bedrijfsleven in te gaan. Hij richtte het technisch adviesbureau Technozorg BV op in Hengelo en was daar tot zijn pensioen directeur.

Flippen

Donderdag was hij op de Berkellandse Veteranendag op het Kamp Holterhoek. „Om bij te praten met andere veteranen en weer even die kameraadschap te ervaren”, zegt hij. „Veteranen begrijpen elkaar. Het is goed dat er nu eindelijk erkenning is voor veteranen. In mijn tijd was er geen nazorg, ik werd ’s nachts gewoon thuis voor de deur weer afgezet. Posttraumatische stressstoornis kenden we toen nog niet. Ja, natuurlijk hadden we jongens die daar helemaal flipten. Ik denk niet dat het ooit weer goed met ze is gekomen. Nee, ik heb daar gelukkig geen last van gehad. Hooguit ’s nachts mijn vrouw een keer uit bed gejaagd als ik van haar wakker schrok. Maar ik houd niet van zeuren en klagen. Je moet van het leven maken wat erin zit!”

bron tubantia

Direct hulp nodig?

Het Centraal Aanmeldpunt van het Veteraneninstituut is 7 dagen per week en 24 uur per dag bereikbaar!

Bel 088-334 00 00

of stuur een e-mail naar:

info@veteranenloket.nl